arrow btn arrow right arrow left chevron mouse pulser checkmark date calendar

FME ODE-heffing aan vernieuwing toe

Windmolen

FME maakt zich grote zorgen over de houdbaarheid van de ODE-heffing (Opslag Duurzame Energie) voor de industrie. Sinds 2019 is de heffing toegenomen van € 1,63 miljard euro naar € 2,41 miljard in 2020 en naar € 2,65 miljard in 2021. De ODE zal klimmen naar meer dan € 3 miljard per jaar. Hierdoor zijn de energiekosten met voor FME bedrijven fors gestegen en het eind is niet in zicht. Het PBL meldt dat Nederland blijft steken op 35% CO2 reductie in 2030 en het Klimaatakkoord doel van 49% niet haalt zonder dubbelen inspanning. De Europese ambitie van 55% minder CO2 komt hier nog bovenop.

Uit onderzoek bij 368 kleinere en middelgrote energiegebruikers die lid zijn van FME, blijkt dat de kosten voor gas met gemiddeld 75% toenamen en voor elektriciteit met 150%. Voor middelgrote en grote bedrijven was de stijging nog veel hoger: 150% voor gas en 200% voor elektra. De totale kostenstijging voor FME-bedrijven als gevolg van de verschuivingen in de ODE-heffing wordt op basis van deze gegevens geschat op tenminste € 8 miljoen per jaar.

De enorme stijging van de ODE komt in de eerste plaats omdat bedrijven een groter aandeel betalen. In 2019 betaalden burgers en bedrijven ieder 50% van de heffing; in 2020 werd het aandeel van bedrijven 67% (tegenover 33% voor burgers). Hierdoor namen de kosten voor alle bedrijven met 1 miljard toe. Middelen die zij niet kunnen gebruiken voor het verduurzamen van hun productieprocessen. Voor de burgers daalde de kosten van de ODE licht. De tweede oorzaak is het Klimaatakkoord. Voor de enorme toename van de productie van zon- en windenergie, groen gas, waterstof en het transport van bijvoorbeeld elektriciteit van Wind op Zee naar de industrie op het land en de SDE++ subsidie zijn miljarden euro’s per jaar nodig. Deze investeringen zullen ervoor zorgen dat de komende jaren de energierekening voor bedrijven hard zal stijgen. Uit de ODE wordt de SDE++ subsidie betaalt waarmee bedrijven maatregelen kunnen nemen met een onrendabele top. De industrie ontvangt daarvoor nu ca. € 550 miljoen per jaar.. In de derde plaats ziet FME dat sommige politieke partijen voorstellen de hoogte van de energietarieven per schijf aan te passen. Hierdoor ontstaan er nog meer verschillen. Sommige bedrijven profiteren hiervan andere juist niet.  Het is positief dat bij burgers de energierekening gelijk bleef of zelfs gedaald is door het effect van de coronacrisis. Maar kostenverhogingen van nog eens tientallen procenten per jaar bovenop de stijging van 150 – 200% zijn voor grote en kleine bedrijven niet vol te houden.

De ODE is dus gestegen en zal nog verder stijgen door drie oorzaken:

  • De verdeling van lasten tussen burgers en bedrijven 
  • De noodzaak om te investeren in duurzame energieproductie en -transport en meer SDE++ subsidie voor onrendabele maatregelen
  • Mogelijke aanpassingen van de tarieven per schijf.

Met de doelstelling van Europa om in 2030 de CO2 uitstoot met 55% te reduceren komt er nog een factor bij. Het nieuwe Kabinet zal een keuze moeten maken uit drie opties die neerkomen op een ambitie van -52% (Europees aandeel van Nederland), - 55% (Nationale doelstelling) of > 55% CO2 reductie (ambitie van sommige politieke partijen). De SDE++ subsidie zal naar verwachting stijgen richting de € 800 miljoen per jaar als de bedrijven nog veel meer onrendabele maatregelen moeten nemen om de extra ambitie te halen.

Wat wil FME bereiken?

Nederland is helaas geen koploper maar achterblijver binnen Europa en moet deze achterstand inlopen. We moeten dus sowieso harder werken om de Europese ambitie te halen. Hoge ambities betekenen nog hogere investeringen en stevige randvoorwaarden als het kabinet zichzelf niet teleur wil stellen.

Kijkend naar de omvang en complexiteit van de problematiek heeft FME drie oproepen.

  1. Bekijk de hoogte van de ODE heffing in de context van het totale klimaatambitie en de daarvoor benodigde investeringen. Voorkom daarmee het onbedoeld stapelen van lasten voor groepen bedrijven. Combineer dit met onderzoek naar de effecten van de verschuiving in de ODE-heffing op bedrijfsniveau, ook richting 2025 en 2030.
  2. Het moet eerst duidelijk zijn hoeveel ruimte er is voor extra lastenverzwaringen bij de industrie (ook met het oog op onze internationale concurrentiepositie). Ook moet er een integraal beeld liggen in relatie tot de CO2-heffing en de SDE++.
  3. Denk na over een alternatieve vorm van financiering. De ODE heffing was bedoeld om de SDE pot mee te financieren. De extra uitdaging richting 2030 en 2050 is enorm, zal volgens de Commissie Van Geest tot aan 2030 ca. 4,6 miljard extra per jaar kosten en vraagt in feite om een nieuwe aanpak en financiering. FME vraagt  deze Europese doelen te financieren uit een nationaal klimaatinvesteringsfonds dat qua omvang zo groot is dat we hier de komende 10 jaar mee vooruit komen zonder ingewikkelde discussies. 
Sluiten